Guy Barter deelt tips waar je jezelf over een paar maanden dankbaar voor bent
Waarom nu binnen zaaien loont
Binnen zaaien zet het tuinseizoen vroeg in gang, zelfs als je alleen een vensterbank hebt. De meeste bloemen die je in februari of maart zaait, bloeien half juli. Zaai je pas in april, dan verschuift de bloei vaak naar augustus of zelfs september.
Snelgroeiende groenten zoals sla zijn in juni oogstklaar in plaats van in juli. Door vroeg te zaaien spreid je je oogst en geniet je langer van bloemen en groenten.
De juiste potgrond en zaaimethode
Vul ondiepe potten, zaaibakjes of trays met vakjes met een turfvrije potgrond die expliciet geschikt is voor zaaien. Staat dat er niet op, dan is de kans op goede resultaten kleiner.
Druk de potgrond licht aan met de onderkant van een vergelijkbare pot of met een aandrukker. Strooi de zaden gelijkmatig over het oppervlak. Bedek ze met een dun laagje gezeefde potgrond, tenzij op het zakje staat dat ze licht nodig hebben om te kiemen. Laat die dan onbedekt.
Geef daarna voorzichtig water van boven met een gieter met fijne broes, zodat de potgrond gelijkmatig vochtig wordt. Zaden kiemen alleen als de grond vochtig blijft, niet uitgedroogd en niet kletsnat.
Warmte: zo belangrijk is de juiste temperatuur
Zaden hebben warmte nodig om te kiemen. Dat kan komen van de achtergrondwarmte in huis of van de zon in een kas. Ideaal is echter een verwarmde kweekbak of warmtemat op ongeveer 20°C. Dan komen de zaailingen snel en gezond op.
Koude, natte omstandigheden zorgen gemakkelijk voor wegrottende zaden en uitval.
Licht: voorkomen dat zaailingen lang en iel worden
Zodra de zaailingen opkomen, hebben ze veel licht nodig. Ontbreekt dat, zoals vaak in een kweekbak of op een donkere vensterbank, dan worden ze “getrokken”: te lang, dun en zwak. Dat levert slechte planten op.
Zet zaailingen daarom zo licht mogelijk. Buiten is het nog te koud, maar een onverwarmde kas of koude bak kan al wel voor zeer sterke planten zoals kolen (brassica’s), goudsbloemen (calendula) en tuinbonen. Dek ze eventueel ’s nachts af met vliesdoek.
Warmere vensterbanken, serres en verwarmde kassen zijn nodig voor vorstgevoelige soorten zoals vlijtige liesjes (busy lizzies) en tomaten.
Slim omgaan met beperkte ruimte
Hoeveel planten je kunt opkweken, hangt meestal af van de hoeveelheid warme, goed verlichte ruimte die je hebt tot het moment dat de kans op nachtvorst voorbij is.
Kies dus bij weinig ruimte vooral voor planten die echt profiteren van een vroege start, of die je zo vroeg mogelijk in het seizoen wilt hebben. Zo gebruik je je plek zo efficiënt mogelijk.
Welke soorten vroeg zaaien – en welke later
Sommige soorten groeien langzaam en zijn het waard om extra vroeg te zaaien. Denk aan leeuwenbekjes (antirrhinums) en gevoelige klimplanten zoals cobaea en Suzanne-met-de-mooie-ogen (thunbergia). Die hebben veel tijd nodig om uit te groeien tot sterke planten.
Andere eenjarigen zoals cosmea (cosmos) en zinnia groeien juist heel snel. Die kun je gerust tot half voorjaar uitstellen met zaaien, zonder dat je veel vertraging oploopt.
Grootzadige planten zoals courgettes, pronkbonen en zonnebloemen maken forse zaailingen die snel de beschikbare ruimte vullen. Zaai die daarom pas rond half april.
Aubergines, chilipepers en paprika’s hebben kleine zaden en groeien in het begin traag. Vroeg zaaien zorgt ervoor dat je al in augustus kunt oogsten in plaats van pas in september.
Kunstlicht als extra hulpmiddel
Commerciële kwekers gebruiken vaak kunstlicht als aanvulling op daglicht. Tuiniers kunnen dat ook doen met de vele beschikbare plantlampen voor thuis. Ledlampen zijn daarbij het meest energiezuinig, maar elke lamp verhoogt natuurlijk je stroomverbruik.
Licht kan bedrieglijk zijn: de intensiteit neemt heel snel af naarmate de afstand tot de lamp groter wordt. Hang de lampen daarom zo dicht mogelijk boven de zaailingen en verplaats ze mee omhoog naarmate de planten groeien.
Hou er rekening mee dat extra licht de potgrond sneller laat uitdrogen. Controleer daarom vaker en geef op tijd water.
Hoe lang tot uitplantbare plantjes?
De meeste zaailingen, zoals bloemkool en sla, hebben ongeveer zes weken nodig om uit te groeien tot stevige plantjes die je kunt uitplanten. Andere soorten, waaronder aubergines en paprika’s, doen er langer over: vaak rond de tien weken.
Voor een langere bloei en oogst: doorzaaien
Sommige planten hebben maar een korte bloei- of oogstperiode, zoals zonnebloemen en calabrese (soort broccoli). Wil je daar de hele zomer van blijven plukken of genieten, zaai dan om de drie weken opnieuw.
Latere zaaisels zijn meestal een stuk minder kritisch en makkelijker dan de allereerste ronde in het vroege voorjaar, omdat licht en temperatuur dan al gunstiger zijn.
